De degoe en zijn staart
Degoes – voornamelijk de dieren die in het wild leven – hebben vaak maar een halve, een kwart of driekwart staart. Dat heeft natuurlijk een oorzaak. Als een degoe door een roofdier (of een onhandige verzorger) bij zijn staart wordt gegrepen, ‘glijdt’ de huid van de staart en kan het dier zich snel in veiligheid brengen. Het stukje staart zonder vel bloedt een beetje en de degoe zal het huidloze deel van zijn staart afknagen. Zo blijft er slechts een stompje over.
Anders dan bij hagedissen, groeit bij de degoe de staart niet meer aan. Veel last hebben ze daar niet van, hoewel ze hun staart wel gebruiken om hun evenwicht te bewaren bij het klimmen.
De huid van de staart van je degoe zit dus erg los en je moet een degoe daarom nooit bij zijn staart pakken!
Reageren:
Geen reacties geplaatst


