De oorsprong van de chinchilla
Oorsprong van de chinchilla
Oorspronkelijk leefden chinchilla's in kolonies van tientallen tot zelfs een honderdtal dieren in rotsachtige gebieden op de hoogvlaktes van de Andes in Zuid-Amerika. Op zo'n 800 tot 5.000 meter boven de zeespiegel, met een lage luchtvochtigheid en karige vegetatie, gingen ze om met grote temperatuurschommelingen tussen dag en nacht. Tot de ontdekking van Amerika leefden ze zo in evenwicht met de natuur, de roofdieren en de Indianen.
Zeer snel echter raakte hun zachte pels erg begeerd in de ¨beschaafde wereld¨, en werd er volop jacht op hen gemaakt... tot op het punt dat de chinchilla zo goed als uitgeroeid was. In 1918 werd het door de overheden van Chili, Peru en Bolivië verboden om nog langer jacht te maken op de dieren en hun vachten uit te voeren.
Chinchilla als huisdier
Na verloop van tijd en vooral sinds de jaren 1980 werden chinchilla's dankzij hun lieve karakter en uiterlijk ook als huisdier gehouden.
Door jarenlange fokprogramma's zijn er naast de mooie grijze standaardkleur ook verschillende mutatiekleuren ontstaan, met exotisch klinkende namen als violet, ebony, velvet, saffier.
Chinchilla's zijn zachtaardige, vriendelijke dieren, die beide voorpootjes gebruiken om te eten, en uitgelaten kunnen springen en rennen wanneer je ze los laat lopen.
Een echt knuffel- of schootdier is de chinchilla niet. Maar met voldoende geduld kunnen ze wel vrij tam worden en zullen ze een unieke band met hun verzorger ontwikkelen, die ze herkennen aan stem en geur.
Bron: Dierennieuws
Reageren:
Geen reacties geplaatst

