Knaagdieren en besmetting met hantavirus
Het hantavirus
Het hantavirus omvat een groep virussen die wereldwijd voorkomen bij diverse soorten knaagdieren. Knaagdieren besmetten elkaar door te bijten en via elkaars uitwerpselen. Zij worden er zelf niet ziek van, maar kunnen het virus wel overdragen naar de mens. Mensen raken dan besmet door het inademen van virusdeeltjes in stof. Een beet of besmetting van een huidwond door uitwerpselen van een besmet dier kan ook tot een infectie leiden.
Puumalavirus in Nederland
In Nederland komt het puumalavirus, een hantavirusvariant, voor bij de in het wild levende rosse woelmuizen. In Nederland zijn in de gebieden Twente, de Achterhoek, Zuid-Limburg en Brabant hantavirussen aangetroffen in rosse woelmuizen. Hantavirusinfecties bij mensen worden in Nederland slechts sporadisch gemeld. Verder kunnen in Europa de grote bosmuis, zwarte rat en de bruine rat het virus overdragen. De huismuis draagt een voor de mens niet besmettelijke variant bij zich.
Besmettingen in Nederland
Besmettingen van de in Nederland voorkomende vorm geven in de meeste gevallen geen klachten. In 10 procent van de gevallen treden wel klachten op. Het ziekteverloop is relatief mild. Soms zijn er alleen griepachtige klachten (spierpijn, hoofdpijn, koorts, misselijkheid) maar een hantavirusinfectie kan ook ernstiger verlopen, waarbij dan de nieren tijdelijk minder goed functioneren. Bij een ernstiger verloop begint de ziekte meestal acuut met hoofdpijn en hoge koorts. Na een paar dagen kunnen misselijkheid en braken, buik- en flankpijn en gezichtsstoornissen ontstaan. Als er ziekteverschijnselen ontstaan is dat gemiddeld twee tot drie weken na de besmetting.
Reageren:
Geen reacties geplaatst


