In een nieuw gekleurd jasje

Kleurvariatie
Slangen hebben een schubbenhuid die er dankzij een olieachtige glans glibberig uitziet. De kleuren van de huid verschillen per soort. Sommige slangen hebben bijvoorbeeld een onopvallende kleur, waardoor ze ‘undercover’ door het leven kunnen gaan. Andere soorten vallen dankzij hun felgetinte huid juist ontzettend op. Enkele giftige soorten hebben die felle kleuren om vijanden af te schrikken. Er zijn ook slangen met heel aparte kleuren; zo zijn sommigen roze-, rood-, blauw- of oranjeachtig getekend. Vaak zijn deze tinten in gevangenschap gekweekt.
Schubbenpatroon
Niet alleen de kleur van een slang kan variëren, ook het schubbenpatroon kan verschillen van vorm, grootte en functie. Een slang die veel graaft of zwemt, heeft meestal platte en gladde schubben zodat hij minder last heeft van wrijving. Andere soorten hebben een A-vormig of wratachtig, bobbelig huidoppervlak.
schubben hebben een functie
De schubben van een slangenhuid liggen naast elkaar en zijn niet met elkaar verbonden. Eigenlijk vormen ze een soort rekbare huid, zodat het lichaam zich kan uitzetten tijdens de voortbeweging, het eten, ademhaling en zwangerschap. In de loop der tijd slijten de schubben. Daarom vervelt een slang: hij werpt zijn oude huid dan in één keer af, waardoor de huidskleur feller en contrastrijker wordt en kleine wondjes helen. Je zou dus kunnen zeggen dat een slang zichzelf in een nieuw jasje steekt.
Reageren:
Geen reacties geplaatst


