voortbewegen van je slang
Jij denkt misschien dat je goeie moves hebt, maar je slang kan er ook wat van! Dankzij hun buigzame skelet zijn slangen superlenig en kunnen ze zich op diverse manieren voortbewegen.
Onze glibberende vrienden bewegen zich op hun buik voort met behulp van hun lichaamsspieren en hun ribben. Hóe ze vooruit komen is afhankelijk van de ondergrond, waarbij onder andere de steilheid een rol speelt. Slangen hebben de volgende moves:
- Kronkelen:
op een stevige ondergrond beweegt een slang zich normaal gesproken voort met de typische kronkelbeweging die we van ‘m kennen: hij plat zijn lichaam zijdelings af en zet zich naar beneden af om vooruit te komen. Deze manier van bewegen is het efficiëntst en slangen kunnen er gemiddeld de hoogste snelheid mee halen.
- Lussen maken:
als een slang in een boom wil klimmen, krult hij zijn lijf in lussen en brengt hij zijn kop omhoog; vervolgens kan hij zijn lichaam omhoog hijsen.
- Voorwaarts schuiven:
als de ondergrond zo glad is dat hij zich niet kan afzetten, maakt een slang een harmonica-achtige beweging die een beetje doet denken aan de motoriek van een rups. Je slang gooit zijn buikschubben dan naar voren zodat hij de rest van zijn lichaam kan meetrekken.
- Side-winding:
ligt een slang in de modder of rul zand, dan maakt hij zigzaggende bewegingen om zich af te zetten. Hierbij moet er zoveel mogelijk gewicht op zo min mogelijk ondergrond drukken omdat hij anders wegglijdt.
- Zweven:
ja, een paar slangen uit het geslacht Chrysopelea kunnen stukjes zweven! Dit doen ze door hun lijf sterk af te platten en een verende lichaamshouding aan te nemen. Zo maken ze gebruik van de zwaartekracht en de luchtweerstand en kunnen ze ‘vliegen’ zonder te pletter te vallen.
Reageren:
Geen reacties geplaatst

