Een vis past zich aan aan zijn omgeving

Waarom verschillen vissen van kleur?
Als je kijkt naar je tropische vissen in het aquarium, dan zie je dat je watervriendjes allerlei prachtige kleuren hebben. In volle zee hebben vissen vaak een zilveren kleur. Een vis in een grot of op de bodem van de zee is vaak asgrauw of zwart. Waarom is dat zo?
Een vis past zich aan aan zijn omgeving. De rugzijde van vissen in open water is bijvoorbeeld vaak donkerder dan de rest van zijn lichaam. Van bovenaf valt een vis daardoor minder op. Dat is handig als er een vogel boven het water zwemt die op zoek is naar een lekker hapje.
De mooie zilverglans van buik en flanken zorgt ervoor dat lager zwemmende vijanden hem niet zien. Door de lichtweerkaatsing van de waterspiegel, valt het zilver niet op.
Kleur aanpassen aan veranderingen in de omgeving
Zelfs de bonte kleuren van een tropisch visje zijn schutkleuren. Het koraalrif waar deze diertjes leven, is zelf ook kleurrijk. In dit decor vallen felgekleurde visjes juist minder op. Bovendien kunnen ze tijdens het langzame zwemmen zelfs hun kleur wijzigen en aanpassen aan veranderingen in de omgeving. Vissen die op de bodem van de zee leven of in een donkere grot, zijn juist heel sober van kleur. Platvissen leven bijvoorbeeld veelal op de bodem van de zee. In het zand zijn zij geelgrijs als de omgeving, maar op een kleiplaat verandert de kleur in blauwgrijs.
Vijanden afschrikken met kleur veranderingen
Andersom werkt het ook goed. De rode poon bijvoorbeeld, een kustvis, krijgt een opvallende groene kleur als er gevaar dreigt. Deze plotselinge verandering moet zorgen voor een schrikreactie bij de aanvaller, waardoor die afdruipt naar een makkelijkere verovering.
Reageren:
Geen reacties geplaatst


