Maanvis: een zwemmende kop met twee lange vinnen
De zeldzame maanvis
In de Noordzee is de maanvis een zeldzame vis, die af en toe aanspoelt op de Nederlandse kust. Als dat gebeurt, is het wel altijd in dezelfde periode: van half november tot half januari, vaak rond Kerstmis. In 2011 zijn zeker zes maanvissen aangespoeld. Er zijn ook maanvissen gezien op het strand van Katwijk en van Wassenaar, maar deze waren later weer verdwenen.
De soort komt voor in alle oceanen, zowel in tropische als meer gematigde streken. In het najaar trekken maanvissen naar het zuiden. Afhankelijk van stromingen en westerstormen komt een deel van deze vissen in de ‘fuik’ van de Noordzee terecht, die te ondiep en te koud voor ze is. Helaas overleven ze dat niet altijd, net zoals de gevonden maanvis bij Egmond aan Zee. De vis is overgebracht naar het Leidse museum Naturalis.
Merkwaardige vorm
De maanvis, Mola mola, is te onderscheiden van alle andere vissen door zijn merkwaardige vorm. Het lijkt alsof hij alleen bestaat uit een kop met twee lange vinnen. Hij wordt dan ook niet voor niets zwemmende kop genoemd. Het Latijnse woord mola betekent molensteen; grote exemplaren hebben de vorm en de afmetingen van een molensteen. De huid heeft geen schubben, maar is net zo ruw als een molensteen. De rugvin en anaalvin zijn uitgegroeid tot lange flappen, die hij gebruikt als roeispanen om vooruit te komen. Aan de achterzijde van het lichaam heeft hij geen staart, maar een brede beweegbare zoom die dienst doet als roer.
Een logge vis
Een maanvis is log; hij heeft alleen spieren om zijn vinnen en het staartroer te bewegen. Het skelet van een maanvis ziet er heel anders uit dan dat van een gewone vis. De maanvis heeft namelijk geen ribben. De taak van de ribben, het beschermen van de interne organen, is overgenomen door een kraakbeenachtige onderhuidse laag. De botelementen die de vinnen steunen, zijn zwaar en min of meer vergroeid tot platen.
Foto: Naturalis
Reageren:
Geen reacties geplaatst


