Ouderdom komt met gebreken
Nakomelingen van oudere koolmeesvrouwtjes
De nakomelingen van oudere koolmeesvrouwtjes zijn veel minder succesvol dan die van jongere moeders. Dat concludeert evolutionair bioloog Sandra Bouwhuis. Ze promoveerde onlangs aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar onderzoek over koolmezen.
Bouwhuis bestudeerde vrouwelijke koolmezen (Parus major) en hun nageslacht in Wytham Woods in het Verenigd Koninkrijk en op Vlieland. Ze deed dit aan de hand van onder meer het aantal eieren en nakomelingen en het reproductieve succes van deze nakomelingen.
Broedsucces
Hoewel koolmezen zo’n negen jaar oud kunnen worden, blijkt het broedsucces vanaf het tweede levensjaar al flink af te nemen. Toch beproeven de oude mezen jaarlijks weer hun broedkansen.
Opvallend is dat aan het begin van de broedperiode nog weinig verschil is tussen de nesten van oude en jonge vrouwtjes. Vooral vlak na het uitvliegen van de jongen vindt er massale sterfte plaats onder de jongen, ontdekte Bouwhuis. „Juist in de eerste weken na het uitvliegen moeten de ouders hun jongen nog begeleiden”, vertelt de bioloog. „Die begeleiding laat bij de oude moeders wellicht te wensen over; de jongen vallen bijvoorbeeld ten prooi aan sperwers. Of misschien hebben de oudjes minder gunstige plekken in het bos weten te bemachtigen.”
Reageren:
Geen reacties geplaatst


