Overeenkomsten vogelzang en menselijke spraak
Leren praten
Een kind kan nog niet praten als het geboren wordt. Dat leert het van zijn ouders, door imitatie. Bij een aantal dieren, zoals zangvogels, vleermuizen en dolfijnen, gebeurt dat net zo. Dat maakt deze dieren volgens wetenschappers tot een geschikt model om de mechanismen van de menselijke spraak te bestuderen en meer te leren over de evolutie van onze spraak. Het is het uitgangspunt van een jong wetenschapsgebied dat biolinguïstiek wordt genoemd. „Zangvogels produceren complexe zang met veel verschillende frequenties, net als dat menselijke spraak een grote variatie aan frequenties heeft”, zegt Ohms. „We waren benieuwd of de manier waarop vogels zingen dan ook overeenkomt met hoe mensen met elkaar praten.”
Onderzoek
Ohms richtte zich in haar onderzoek op zogenoemde formanten. Dit zijn frequenties in het menselijke stemgeluid die versterkt worden door tong en lippen. Door deze versterkte frequenties kunnen we klinkers onderscheiden. Verrassend genoeg bleken ook zangvogels in hun zang gebruik te maken van formanten. Parkieten gebruiken daarbij, net als de mens, vooral de tong. „Mogelijk verklaart dit dat parkieten in staat zijn mensen na te praten”, zegt Ohms.
Reageren:
Geen reacties geplaatst

