Trekvogels gaan minder ver weg

Trekvogels blijven dichter in de buurt
Stormmeeuwen, (kerk)uilen, merels en blauwe kiekendieven zijn trekvogels, maar blijven in de winter steeds vaker in de buurt van Nederland. De winters zijn hier niet meer zo koud als vroeger, waardoor Nederlandse trekvogels steeds dichterbij een plekje vinden om te overwinteren. Dat blijkt uit onderzoek van Marcel Visser van het Nederlands Instituut voor Ecologie. Visser onderzocht 24 vogelsoorten en van 21 daarvan bewees hij dat de vogels dichter bij huis blijven dan zeventig jaar geleden. Het gaat om verschillen tot gemiddeld honderd kilometer.
Geringde vogels spotten
Sinds 1932 houdt het Vogeltrekstation meldingen bij van gevonden geringde vogels. Visser baseerde zijn onderzoek op deze gegevens. Hij onderzocht alleen vogels die in Europa overwinteren. Onderzoek naar vogels die verder weg vliegen is vrijwel onmogelijk, omdat mensen buiten Europa, bijvoorbeeld Afrika, vaak geen melding (kunnen) maken als zij een geringde vogel spotten.
Reageren:
Geen reacties geplaatst

